Naar de Eleos website
ambulante zorg deeltijdbehandeling preventie & dienstverlening
 

Wat is autisme?

Autisme is een stoornis in de werking van de hersenen. Daardoor denken kinderen met autisme anders dan andere kinderen. Ze voelen ook op een andere manier: gevoelens zijn anders. Het gevoel met en aan handen, huid en tong is ook vaak anders. Kinderen met autisme ervaren soms ook geluiden en dat wat ze zien, anders.

Hoe krijg je autisme?

Autisme is meestal aangeboren. Dat betekent dat je autisme al hebt voordat je wordt geboren of zodra je geboren bent. De meeste kinderen met autisme hebben het geërfd van hun ouders. Die ouders hoeven zelf geen autisme te hebben, maar kunnen soms wel een gevoeligheid voor autisme doorgeven.

Gaat autisme weer een keer over?

Autisme heb je voor altijd. Het kan niet worden genezen. Je kunt er wel mee leren leven.

Bij wie komt autisme voor?

Autisme kan in alle families en alle gezinnen en alle landen voorkomen. Meestal zijn er meer mensen in de familie die opvallen door iets speciaals. Als autisme voorkomt in een familie, is de kans groter dat meer kinderen autisme of andere ontwikkelingsstoornissen hebben. Meer jongens dan meisjes hebben autisme.

Op welke manier komt autisme voor?

Alle kinderen zijn verschillend, dus ook alle kinderen met autisme zijn verschillend. Een deel van de kinderen met autisme heeft ook een verstandelijke handicap een andere deel is hoogbegaafd. Sommige kinderen met autisme spreken niet. De kinderen met autisme die gewoon intelligent zijn, spreken meestal wel. Autisme komt ook voor samen met andere handicaps.

Wat zijn de belangrijkste kenmerken?

Iemand met autisme kan moeilijkheden hebben met:

  • Normaal gedrag
  • Snel denken 
  • Contact maken 
  • Onderling ‘over en weer’ contact 
  • Communiceren 
  • Het gewoon gebruiken van woorden en taal 
  • Zich iets voorstellen dat niet concreet is 
  • Plotselinge veranderingen in huis, of van de situatie 
  • Het begrijpen van gevoelens

Iemand met autisme vindt het moeilijk om zich in een ander te verplaatsen. Hij snapt niet hoe anderen zich voelen. Daardoor kan hij moeilijk rekening houden met andere mensen.

Hoe denkt iemand met autisme?

Iemand met autisme denkt in losse stukjes. Die stukjes moet hij steeds weer bij elkaar voegen om te weten wat ergens de bedoeling van is. Hij kan niet samenhangend denken.
Voor iemand met autisme kan iets een andere betekenis hebben dan voor andere mensen. Hij vindt het moeilijk ergens een betekenis aan te geven: wat wordt er met iets bedoeld?
Iemand met autisme denkt letterlijk en concreet. Hij denkt zwart-wit, iets is goed of fout, leuk of stom. Er is bijna geen tussenweg.
Kinderen met autisme leren moeilijk van eerdere ervaringen. Het lijkt net of iets steeds opnieuw moet worden geleerd. Ze leren minder van hun fouten en waarschuwingen of straffen lijken soms niks te helpen. Daardoor kan het wel eens lijken of ze iets expres doen om uit te lokken of te pesten. Kinderen met autisme herinneren zich dingen meer als losse plaatjes (beelden) dan als een hele gebeurtenis, dus meer zoals je een fotoalbum bekijkt en niet zoals je een (video)film bekijkt. Ze herinneren zich wel de feiten die horen bij een gebeurtenis maar niet de gevoelens die ze erbij hadden.

Wat is de sterke kant?

Iemand met autisme heeft oog voor details. Hij is goed in het zien van (kleine) dingen. Iemand met autisme heeft vaak goed door hoe voorwerpen/dingen in elkaar zitten, dat merk je aan zijn hobby's en liefhebberijen.

wat is de valkuil in het omgaan met iemand met autisme?

  • dat jij denkt dat hij denkt zoals jij 
  • dat je denkt dat hij op dezelfde manier als jij bedoelt wat hij zeggen 
  • dat je verwacht dat hij jou begrijpt en aanvoelt 
  • dat je denkt dat hij ‘gezond en logisch verstand’ heeft 
  • dat hij uit zichzelf met iets zal ophouden als je hem negeert 
  • dat hij je niet graag mag omdat hij vervelend tegen je doet 
  • dat hij geen behoefte heeft aan contact 
  • dat hij behoefte heeft aan contact op dezelfde manier als jij 
  • dat hij niet autistisch is omdat hij zo normaal lijkt; je ziet aan de buitenkant niets bijzonders aan hem

Hoe ga je het beste om met iemand met autisme?

De volgende punten kunnen je helpen om met iemand met autisme om te gaan:

  • wees duidelijk en concreet
  • schrijf op (of teken) wat belangrijk is om te onthouden, zoals afspraken die je met hem/haar maakt 
  • vraag na wat hij/zij bedoelt als het voor jou niet duidelijk of logisch is (vul het niet te snel in vanuit je eigen ideeën of veronderstellingen) 
  • zorg dat je informatie, je vraag, je boodschap maar voor één uitleg vatbaar is, met name als het gaat over:
    • wat (gaat er gebeuren, ga je doen...)
    • wanneer
    • met wie
    • tot wanneer (hoe laat, hoe lang)
    • hoe (gaat iets gebeuren, hoe vaak, hoe duur enz.)
    • wat erna, enz. 
  • geef voldoende tijd om iets te laten doordringen, wacht rustig tot ‘het kwartje valt’
  • verplaats je in zijn gedachten of gevoelens en probeer te begrijpen hoe zijn belevingswereld is; heb respect voor de moeite die iemand met autisme moet doen om ‘normaal te doen’ en te begrijpen hoe de wereld en de mensen in elkaar zitten.

Wat is er leuk aan iemand met autisme?

  • dat hij vrijwel altijd de waarheid spreekt
  • dat je plezier kunt hebben om de manier waarop hij taal gebruikt, het klinkt vaak humoristisch
  • dat je op hem aan kunt, ‘nep’ of doen-alsof is er niet bij
  • leuke eigenschappen hangen ook af van iemands persoonlijkheid, dus dat kun je het beste zelf verzinnen als je iemand goed kent

Gebruikte literatuur: ‘Ben jij anders? Een voorlichtingsboek voor kinderen met ADHD en/of PDD-NOS’, van Yvonne Douma

Lees meer over autisme