Harry, mijn grote broer!...met ADHD
een (voorlees)verhaal voor brussen
Wat schijnt het zonnetje lekker als Marjolein haar ogen open doet! Ze wordt er helemaal blij van. Als ze haar ogen weer dicht doet lijkt het of ze de zon toch nog ziet. En weet je wat zo fijn is? Ze heeft vakantie, wel zes weken lang. O, ze vindt het best leuk op school, maar vakantie, dat is toch eigenlijk nóg leuker. Ze gaan met z’n allen een week op vakantie, en ze mag gaan logeren, en ze mag… ze gaat…
‘Marjolein, ben je wakker?’ Dat is Timon, haar kleine broertje. Hij vindt het ook erg gezellig dat de ‘groten’ niet naar school hoeven. Hij weet best dat ze vakantie hebben. En zelf heeft hij nu eigenlijk ook een beetje vakantie. Want ná de vakantie, dan mag hij ook naar school. Nou, dan heeft hij nu toch ook vakantie?
Marjolein denkt nog even verder. Timon is haar kleine broertje. Maar eigenlijk is Harry dat soms ook een beetje. Harry is dan wel ouder dan zij, maar Harry is een beetje anders. Daarom wordt hij op school geplaagd, en hij kan ook niet zo goed leren. Hij is al een keertje blijven zitten. Dit jaar zat hij in dezelfde klas als Marjolein. Alleen zat hij in groep B en Marjolein in groep A. Maar toch lukt het met Harry nog niet goed op school. Hij kan ook niet goed luisteren als de meester wat uitlegt. En als ze dan een opdracht moeten maken, weet hij niet hoe het moet. Marjolein weet dat best hoor. Bij haar hoeft de meester het maar één keer te zeggen en ze weet hoe ze het doen moet. Zij vindt het juist leuk om in de klas te werken, maar Harry niet.
Harry vindt het ook niet leuk om op het plein te spelen. Want als hij buiten mag spelen gebeurt er altijd wat. Dat komt omdat hij dan zo wild is, dan moet hij rennen. Dat moet hij ‘van binnen’, en hij kan dan niet zomaar zachtjes lopen. En als hij dan zo rent, dan rent hij altijd wel tegen iemand aan. En die valt dan. Dan krijgt Harry straf, maar hij kan er helemaal niets aan doen! Marjolein vindt dat soms zo gemeen! Ze wil hem dan eigenlijk wel helpen. Maar ze weet niet goed hoe. En straks kán ze hem niet meer helpen. Want na de vakantie gaat Harry naar een andere school. Marjolein weet wel dat het beter is voor Harry. Maar ze vindt het toch ook moeilijk. Ze vinden het allemaal moeilijk. Marjolein weet nog best hoe verdrietig Harry was toen mama het aan hem vertelde. ‘Word ik dan nooit zo knap als Marjolein?’, vroeg hij, ‘omdat ik maar 60 heb in plaats van 90 of 100?’ Mama was daar ook verdrietig om geworden, en het was helemaal geen leuke dag geweest. Ze zijn ook bij de nieuwe school gaan kijken. Er zitten veel minder kinderen in de klas. Daarom kan de juf of meester beter uitleggen hoe iets moet. Ze gaan dan net zo lang door met uitleggen tot Harry weet hoe het moet. Zodat hij dan toch ook goede cijfers kan halen.
Maar soms gaat het wel goed met Harry. Dat zie je al als hij uit bed komt. Dan is hij gewoon, hij kan dan bijvoorbeeld aan tafel blijven zitten tot ze klaar zijn. Het lijkt eigenlijk wel of hij dan nog een klein beetje slaapt. Maar meestal is dat niet zo. Dan kan hij niet aan tafel blijven zitten. En altijd valt er dan wel wat, op de grond of op tafel. Of hij denkt ineens ergens aan. En dan gaat hij dat direct doen. Gewoon, terwijl ze zitten te eten. Hij is dan helemaal vergeten dat hij niet van tafel mag lopen als ze eten.
‘Marjolein, kom je uit bed?’ Oei, daar is Timon weer. Ze was hem helemaal vergeten. Marjolein gooit het dekbed van zich af, en springt uit bed. Meteen gaat de deur open, en komt Timon binnen. Hij rent naar Marjolein toe, en duwt haar weer op bed. ‘Samen vechten?’ vraagt hij. Marjolein gaat met hem vechten, maar ze doet het niet helemaal echt. Want Timon is nog klein, die kan nog niet écht vechten. Harry, die kan vechten. Soms op het schoolplein wordt hij zo boos, dan wordt hij helemaal wild. Dan slaat hij als een dolle om zich heen. Er moet dan een meester of juf komen om hem uit het gevecht te halen. Dan moet hij mee naar binnen, naar een leeg lokaal of een kamertje. En daar moet hij blijven tot hij weer rustig is. Maar dat lukt niet altijd, soms gaat hij in die lege klas ook nog van alles doen. Alle krijtjes van het bord in kleine stukjes maken, of lege blaadjes kapot scheuren. Altijd probeert hij kleine stukjes ergens van te maken. Soms knipt hij zelfs zijn sokken kapot, ook in allemaal kleine stukjes. Het is beter voor Harry als hij niet in een lege klas zit, maar in een klein kamertje.
Marjolein is nog met Timon aan het stoeien als de deur open gaat. Mama komt binnen. ‘Allebei aankleden’zegt ze. ‘Marjolein, jij weet wel wat je vandaag aandoet hè. En jij, kleine rakker, kom jij maar’s met mij mee’. Ze geeft Timon een dikke knuffel. En dan gaat ze met hem naar zijn eigen kamertje. Marjolein weet best wat ze aan moet hoor. Ook dat is anders bij Harry. Bij Harry moet mama altijd wél zijn kleren klaarleggen. Netjes op een stapeltje hoe hij het aan moet trekken. En dan lukt het nog niet altijd. Want als hij met zijn shirt bezig is, en hij ziet of hoort iets, dan komt hij nooit klaar met aankleden. Mama gaat vaak kijken als hij zich aankleedt. Dan is hij meestal wel op tijd klaar.
Er is nog iets met Harry dat anders is. Harry is al heel vaak naar de dokter of naar het ziekenhuis geweest. ‘Hij heeft een abonnement’, zegt papa wel eens voor de grap. Dat komt ook omdat hij zo wild is. En omdat hij meestal niet nadenkt voordat hij iets doet. Hij is al eens bijna onder een auto gekomen, omdat hij ineens de straat op rende. De auto remde heel erg hard, maar toch kwam hij tegen Harry aan. Toen moest Harry naar de dokter. Hij had erge hoofdpijn, en een hersenschudding. Op school gebeurt er ook vaak wat. Hij zit met zijn vinger tussen de deur. Of hij valt met de schaar. Of hij struikelt…, er is altijd wel wat. Maar Harry moet ook wel eens naar de dokter als er niets is gebeurd. Dat komt ook omdat hij anders is. De dokter praat dan met hem hoe het gaat, en hoe het met zijn medicijnen gaat. En hij moet ook regelmatig naar een mevrouw. Ook al omdat hij anders is. Dat ‘anders zijn’ heeft trouwens een naam. Nou ja, het zijn vier letters achter elkaar. ADHD. Marjolein weet niet precies wat het betekent. Het zijn hele moeilijke woorden. Maar ze onthoudt het altijd aan Alle Dagen Heel Druk. En dat klopt bijna altijd bij Harry.
Zo, Marjolein heeft zich aangekleed. In de badkamer gaat ze haar gezicht wassen. En ze kamt netjes haar haar. Dat kan ze ook best. Ze maakt er een mooie paardenstaart in. Wel makkelijk voor mama, dat zij dat allemaal zelf doet. Mama moet al zoveel tijd aan Harry besteden. Daarom heeft ze het vaak al heel druk. Marjolein helpt mama vaak. Ze kleedt bijvoorbeeld Timon aan en wast zijn snoetje. Ze maakt al het brood voor school klaar. En ze helpt altijd met de tafel weer opruimen. Want mama moet er steeds op letten dat Harry op tijd klaar is. En niet vergeet om te eten, want ze moeten samen naar school. Als ze uit school komt leest ze Timon vaak voor. Dat vindt hij zo leuk. En dan is mama vaak ook bezig met opletten wat Harry doet. Want soms is hij heel moe, dan is hij wel rustig. Maar soms is hij juist heel erg druk. Dan moet hij ‘ontladen’ zegt mama. Nou, dan is het huis te klein. Dan rent hij maar heen en weer, naar boven en naar beneden. En floep door de keuken naar de tuin. En weer naar binnen… poeh. Zij zou er moe van worden. Harry wordt dat ook wel, zomaar ineens. Alleen weet je nooit wanneer dat komt. En tot die tijd móet hij zo druk doen.
Marjolein huppelt de trap af. Vandaag hoeft ze Timon niet aan te kleden. En ze hoeven ook niet te haasten, want ze hoeven niet naar school. Zij mag lekker uitslapen. Harry kan niet zo lang uitslapen, want hij moet zijn pil innemen. Dat moet altijd op dezelfde tijd, daarom moet hij wel wakker zijn. Als hij zijn pil op heeft is hij meestal wel een poos rustig. Maar als zijn pil klaar is met werken is dat meteen te merken. Hé, wat grappig, dat rijmt. ‘Als de pil klaar is met werken, dan is dat meteen te merken’. Ze zal dat zo meteen eerst eens aan mama vertellen. Goed onthouden even. ‘Als de pil….’
In de keuken is het een herrie. Harry rent om de tafel, met een servet in de lucht. ‘Ik ben een vliegtuig’ roept hij. ‘Ik moet een noodlanding maken!’ Meteen duikt het servetvliegtuig naar beneden. O wee, het komt in zijn landing tegen de jampot aan. Daar zat het deksel niet op. De klodders jam vliegen over de tafel. Harry staat er even beduusd naar te kijken. Maar dan pakt hij snel de theedoek en begint verwoed te wrijven op de tafel. ‘Nee,’ roept mama, ‘niet met de theedoek, stop’. Ze pakt Harry bij zijn pols en houdt hem even stevig vast. De theedoek valt uit Harrys hand. Hij kijkt opeens heel sip. ‘Ik wou alleen maar vliegen, En ik was een noodlanding aan het maken. Ik kon er niets aan doen.’ ‘Hier’, zegt mama, ‘een lepel. Schep daar de jam maar mee op.’ Marjolein gaat stil aan tafel zitten. Timon zit met grote ogen naar alles te kijken. Mama gaat ook zitten. ‘We wachten even tot Harry klaar is, en dan gaan we gezellig samen eten.’
Na het eten mag Marjolein boodschappen gaan doen. Ze krijgt mama’s grote tas mee. En een briefje met de boodschappen. En natuurlijk een portemonnee. Marjolein doet wel vaker boodschappen. Want mama kan dat niet doen als Harry thuis is. En Harry moet ook maar liever niet mee naar de winkel. Dat vindt Marjolein helemaal niets. Omdat er dan altijd iets gebeurt in de winkel. En dan kijken alle mensen naar hen. Dan moeten ze weer naar de baas, omdat er is weer eens wat kapot gevallen of zo. Vroeger was het helemaal erg. Dan ging Harry op de grond liggen gillen en krijsen als hij iets niet kreeg. Nou, dan wilde Marjolein wel in de grond wegzakken..Dan keken écht alle klanten. Dus ging Harry al snel niet meer mee naar de winkel. Marjolein zou graag samen met mama boodschappen willen doen. Maar dan echt helemaal saampjes. Of naar de stad, dat zou nog leuker zijn. Eerst kleren kopen bijvoorbeeld, of schoenen, of een jas. En als ze dan klaar zijn, dán nog samen wat lekkers kopen. Het gebeurt wel eens dat ze zo samen gaan winkelen. Maar dat is maar een heel enkele keer. Dat kan als Harry bijvoorbeeld aan het logeren is in het logeerhuis. Of als papa ook thuis is. Marjolein vindt het wel jammer dat het zo weinig gebeurt. Het is altijd zo echt gezellig. Ze gaat straks meteen aan mama vragen of ze in de vakantie ook een keertje samen gaan winkelen.
Als ze weer thuis is vertelt mama dat Willeke heeft gebeld. Willeke is haar vriendin. Ze zitten bij elkaar in de klas. En ze wonen ook niet ver bij elkaar vandaan. Willeke komt wel eens thuis bij haar spelen. Dat doen lang niet alle meisjes uit haar klas. Ze vinden het eng, omdat Harry zo wild is. Meestal vragen ze dan of Marjolein bij hén komt spelen. Dat vindt ze ook wel leuk hoor. Maar ze wil ook wel eens dat haar vriendinnetjes bij haar komen. Op haar kamer heeft ze mooi speelgoed, en daar kun je lekker rustig spelen. Maar nu heeft Willeke gevraagd of Marjolein morgen een dag met hen meegaat, naar het strand. ‘Hiep hoi,’gilt Marjolein, ‘het mag toch wel hè mam!’ ‘Van mij wel hoor lieverd,’ zegt mama. ‘Geniet jij maar lekker van je vakantie’. Ze geeft Marjolein een kus op haar hoofd, en Marjolein geeft mama een dikke knuffel. ‘U bent de aller, allerliefste mama,’ fluistert ze.
Bij het avondeten is papa ook thuis. Harry zit dan altijd naast papa. Papa kan dan een beetje op hem letten. Heel de dag is papa weg, en dan moet mama het alleen doen. Maar ’s avonds helpt papa altijd. Dan kan mama de krant lezen als Timon op bed ligt. En papa gaat dan een rondje hardlopen met Harry. Soms gaat Marjolein ook wel eens mee, maar niet vaak. Want papa en Harry rennen zo hard. En zij krijgt dan zo snel een steek in haar zij. Ze gaat dan vanzelf wat langzamer lopen, en meestal gaat ze dan maar gauw naar huis terug. Als papa en Harry dan weer thuiskomen zijn ze allebei moe, en zweten ze. Maar ze vinden het tóch lekker. Zij, Marjolein zit dan lekker te lezen in de kamer. Dat kan anders ook bijna nooit, want meestal zorgt Harry dan wel voor herrie. En ook al stopt ze haar vingers dan in haar oren, ze kan dan niet goed meer opletten. Als papa en Harry zijn wezen rennen kan Harry meestal wel beter slapen. Maar als ze het niet doen, dan slaapt Harry nog in geen uren. Hij gaat wel naar zijn kamer, maar dan gaat hij nog van alles doen. En dan wordt zij weer wakker! Daar wordt ze wel eens boos om hoor. Want het is echt niet altijd leuk om zo’n herrieschopper als broer te hebben. En ’s morgens is hij dan helemaal niet uitgeslapen. Ja dát krijg je dan.
Nu ligt Marjolein op bed. Haar eerste vakantiedag is alweer voorbij. Net is mama haar welterusten komen zeggen. Dat doet ze altijd, en dat vindt Marjolein heel fijn. Mama gaat dan op de rand van het bed zitten, en dan praten ze over de dag die voorbij is. En ze bidden dan ook samen. Soms is Marjolein verdrietig of boos over Harry, daar praten ze dan ook over. En dan bidden ze ook voor Harry. Dat geeft Marjolein altijd weer zo’n fijn gevoel. Want hoe hij ook is, tóch houdt ze heel veel van hem! En van papa en mama, én van de kleine Timon… én …. van… Marjolein slaapt.
Om met iemand (bijvoorbeeld je vader of moeder) over te praten:
- Wat heeft Harry waardoor hij anders is dan Marjolein?
- Waaraan kun je dat merken bij Harry? Hoe is dat bij jouw broer of zus?
- Waarom moet Harry wel eens naar de dokter? Moet jouw broer of zus dat ook wel eens?
- Wat gebeurt er bij Harry als hij zijn medicijnen inneemt? Is dat hetzelfde als wat er bij jouw broer of zus gebeurt?
- Waarom moet Harry naar een andere school? Zit jouw broer of zus ook op een andere school?
- Hoe vindt Marjolein dat?
- Wat vindt Marjolein erg leuk om te doen? Wat vind jij leuk om te doen?
- Wat kan Marjolein doen om Harry te helpen? Wat kan jij doen voor je broer of zus?
|