Jan-Willem (22): “Overgeven leek een geweldige uitkomst”
“Eetproblemen worden wel eens gezien als een typische vrouwenkwaal. Dat is dus niet zo, ik ben daarvan het bewijs. Ik heb jarenlang geworsteld met boulimia.”
“Jongens gaan anders met hun gevoelens van onzekerheid en frustratie om. Ze zullen, denk ik, eerder extreem veel sporten om helemaal strak te worden en hét perfecte wasbordje te krijgen. Of ze gaan de macho uithangen of anderen kleineren. Meiden reageren hun frustratie en minderwaardigheid vaker af door veel of juist weinig te gaan eten: een eetprobleem ligt dan eerder op de loer.
Minderwaardigheidscomplex Een jaar of drie geleden zijn mijn eetproblemen begonnen, eigenlijk net nadat ik van het mbo naar het hbo ging. Natuurlijk ontstaat boulimia niet echt van het ene op het andere moment: ik had al een tijd lang een groot minderwaardigheidscomplex. Mijn negatieve gevoelens reageerde ik af op eten en sporten. Als ik gefrustreerd was, ging ik veel eten en daarna veel sporten. Op een gegeven moment vond ik mezelf steeds viezer, dikker en lelijker worden. Dat was het moment dat ik ben begonnen met overgeven. Ik was namelijk bang dat ik nog lelijker en dikker zou worden als ik door bleef eten. Niemand zou mij dan meer aardig vinden. Door over te geven en veel te sporten kon ik mijn gevoel van frustratie blijven afreageren op eten, zonder dat ik daar van zou aankomen. Overgeven leek dus een geweldige uitkomst. Het maakte dan ook niet meer uit of ik één stukje chocolade nam of meteen maar vijf repen achter elkaar opat. Als ik nu foto’s terugzie van hoe ik er toen uitzag, zie ik helemaal geen lelijke, laat staan dikke, jongen. Mijn gedachten over mezelf waren gewoon totaal niet realistisch.
Mager als compliment Op een gegeven moment gaf ik een paar keer per dag over in het toilet. Eigenlijk hield ik maar af en toe wat fruit of een boterham binnen. Als ik ergens was waar ik niet kon overgeven, probeerde ik daar zo min mogelijk te eten. Als ik er echt niet onderuit kon, at ik wat gezonde dingen. Ook ging ik soms snel een blokje om zodat ik in de bosjes over kon geven. Ik was er erg goed in om het overgeven te verbergen. Er is nooit iemand geweest die mijn eetprobleem ontdekt heeft. Mensen vonden mij wel mager, maar dat was voor mij juist een groot compliment! Mager zijn is mooi, dan hoor je erbij en word je geaccepteerd.
Bevestiging Alles bij elkaar heeft de periode dat ik overgaf ruim twee jaar geduurd. Ik kan nu zeggen dat ik er overheen ben, sinds ruim een half jaar heb ik geen terugval meer gehad. Voor mij is dat een hele prestatie, ik moest er echt heel bewust voor kiezen om te stoppen met overgeven. Die keuze heb ik gemaakt toen ik serieuzer met mijn geloof aan de slag ging. Ik ben daarbij steeds een stapje verder gekomen in zelfaanvaarding. Ik hield voor ogen hoe God mij ziet. Hij vindt mij mooi zoals ik ben; ik hoef niet perfect te zijn! Ik word nu ook steeds vaker vanuit mijn omgeving bevestigd dat ik er leuk uitzie. Ik heb vrienden gemaakt en krijg aandacht van meisjes. Vroeger dacht ik dat mensen mij aandacht gaven omdat ik zo lelijk was, maar nu zie ik dat ik mijzelf dat heb aangepraat. De bevestiging van God en de bevestiging van mensen om mij heen heeft mij een realistischere kijk op mezelf gegeven.
’s Avonds laat sporten Het gaat nu geleidelijk beter met mij. Ik ben al een heel eind uit het dal omhoog geklauterd, zonder professionele hulp overigens. Eerst gooide ik ieder glas drinken er nog uit, maar ik heb mezelf getraind steeds meer binnen te houden. Eerst bijvoorbeeld alleen drinken, toen ook de gezonde dingen en nu in principe alles. Natuurlijk let ik wel goed op wat ik eet. Gisteravond bijvoorbeeld ben ik nog een uur gaan hardlopen om weer calorieën te verbranden. Liep ik daar van kwart voor elf tot kwart voor twaalf buiten te sporten. Je ziet: ik ben het nog niet helemaal kwijt, maar eerst sportte ik heel veel én gaf ik bijna al mijn eten over. Nu sport ik nog zeer regelmatig. Maar dat vind ik ook gewoon leuk.
Blijvende problemen Eigenlijk was ik in de periode van mijn eetprobleem helemaal niet bezig met de blijvende schade die je jezelf toebrengt door boulimia. Nu, achteraf, merk ik bijvoorbeeld dat mijn gebit echt achteruit is gegaan. De gevolgen op langere termijn heb ik onderschat. Ik ben er trouwens van overtuigd dat je niet alleen de eetstoornis zelf aan moet pakken, maar ook het onderliggende probleem. Je moet met iemand op zoek naar dat probleem, meestal een vorm van minderwaardigheidsgevoelens. Die moet je gaan bestrijden. Het is goed om hulp te zoeken bij een eetprobleem, er in je eentje uitkomen is erg moeilijk. God heeft ons ook mensen om ons heen gegeven om ons te kunnen helpen. Daar mogen we ook gebruik van maken!
Levenslang Een eetprobleem draag je een leven lang met je mee. Steeds weer moet je de keuze maken om niet over te geven. Het blijft moeilijk op momenten dat je toch al niet sterk bent. Ik ben een perfectionist; daar ontleen ik nog steeds mijn eigenwaarde aan, al strijd ik daartegen. Door goede cijfers te halen, krijg ik de bevestiging die ik nodig heb. Eerst kreeg ik die doordat mensen zeiden dat ik dun was. Nu probeer ik mijn bevestiging te vinden op een andere manier. Ik vraag aan God me die te geven. Ik moet gaandeweg leren mezelf echt helemaal te accepteren..”
De naam Jan-Willem is om privacyredenen gefingeerd. |